“Alleen maar liefde, liefde, liefde…” Reefani Somati

“Ik heb niet zoveel te vertellen over mij!”, dat blijkt al snel te bescheiden. Reefani Somati, zijn leeftijd wil hij niet verklappen, is opgegroeid op een plantage op Commewijne, Suriname. Ondanks dat hij uit een arm gezin komt, was een ding altijd aanwezig in huis: liefde. Al ruim twintig jaar deelt hij deze liefde nu met voornamelijk Nederlandse studenten die in Suriname coschappen komen lopen. Reefani Somati beheert meerdere huizen in de stad en is geliefd onder de studenten. Vroeger was hij een mama’s kindje, nu is hij de ‘moeder’ voor vele honderden studenten die voor een korte of langere tijd bij hem verblijven. Elk afscheid is emotioneel en elke aankomst de basis voor een nieuwe, levenslange vriendschap. Want eenmaal je terug in Europa bent, zal Reefani – Fani of Faan voor intimi – je niet vergeten. Getuige de vele fotoboeken blijkt dat hij van alle studenten die de revue gepasseerd zijn nog precies weet hoe hij of zij heet, wanneer deze student in Suriname was, wat hij of zij hier heeft gedaan en vaak ook nog wat deze persoon nu, jaren later, doet.

Fani, graag ga ik met je terug naar je jonge jeugd. Hoe ben je opgegroeid?
“Ik ben opgegroeid op een plantage in een gezin van acht kinderen. Mijn moeder was al op 14 jarige leeftijd samen met mijn vader. Wanneer je je naam kunt schrijven en rijst kunt koken, ben je klaar om met een man samen te komen. Tien jaar lang lukte het mijn ouders niet om zwanger te raken. Een oude vrouw vroeg aan mijn moeder waarom ze geen kind gingen adopteren. Het bijgeloof zegt dat eenmaal je een kind hebt geadopteerd, je zelf ook zwanger zult raken. Toen het adoptiekind 4 jaar werd, raakte mijn moeder zwanger waarna nog zes kinderen geboren werden.”

Had je als kind de mogelijkheid om naar school te gaan?
“Ja, dat was geen grap. We moesten naar school. Op de plantage was geen toekomstperspectief voor de jeugd. Wanneer je op de plantage woont, hoef je geen geld te hebben om naar school te gaan. Het verschil met Paramaribo is onder andere dat je niet voor het onderdak hoeft te betalen en eten is anders dan in de stad. In Paramaribo moet je alles kopen maar daar plant je eigen groenten, kweek je eigen huiskippen en eenden. Wilde je vis, dan ging je even bij de zwamp achter het huis hengelen.”

Hielp je als kind mee of verzorgden je ouders het eten?
“Nee! Als kind ging je mee toch! En hengelen was mijn passie vroeger. Ik hield ervan om te gaan hengelen.”

“Ik maakte kennis met gekleurde hagel, chocoladehagelslag, broodje kaas, broodje pindakaas en zo”

Wat maakte dat zo leuk?
“Gewoon, er was niets anders dan zulk vertier op de plantage behalve spelletjes spelen met de buurkinderen. Het vissen was dus heel leuk!”

Na het volgen van basisonderwijs op de plantage was er de mogelijkheid om naar een van de drie kinderhuizen voor districtskinderen te gaan om verder onderwijs te volgen. De vader van Reefani kon dit nog betalen waardoor hij de kans kreeg om de MULO school te bezoeken.

 Verbleef je dan daar de hele week?
“De hele maand bedoel je! We mochten alleen aan het eind van de maand een weekend naar huis. Dat was een hele ommekeer in mijn leven. Thuis was je gewend om zes uur ’s morgens rijst te eten en had je geen corvee. Er was wel discipline maar niet zoals in het kinderhuis, waar je eerst ochtendcorvee had waarna je ging baden. Pas daarna gingen we ontbijten. In die periode heb ik voor het eerst in mijn leven kennisgemaakt met brood als ontbijt.”

En, hoe vond je dat?
“Ik heb in die vijf jaren nooit echt ontbeten, het ging niet door mijn keel. Ik maakte kennis met gekleurde hagel, chocoladehagelslag, broodje kaas, broodje pindakaas en zo. Maar dat zijn wij niet gewend te eten, ik kon me niet aanpassen. Het kinderhuis is tot stand gekomen door sponsoring vanuit het buitenland waarvandaan veel pakketten werden opgestuurd. Het heeft zeker drie maanden geduurd voordat ik mij thuis voelde in het kinderhuis maar ik zou deze vijf jaren nooit meer willen inruilen. Ik heb echt vrienden gehad en veel mensen met verschillende etniciteiten en culturen leren kennen.”

Reefani vertelt dat na de binnenlandse oorlog (vanaf 1986) het rustige kinderhuis van zijn eerste twee jaren veranderde. Er kwamen ineens kinderen vanuit het binnenland allemaal in het kinderhuis terecht. Voor even stond het kinderhuis ondersteboven. Kinderen met ander gedrag kwamen in het kinderhuis terecht. Het waren kinderen met geld, gewend aan een bepaalde manier van leven. Ze wilden graag de overmacht hebben maar de dominee was strak en stelde dat iedereen gelijk was. Niemand is meer of minder. Alles raakte even in de war maar zodra iedereen gewend was aan de regels, is het nóg leuker geworden. Ineens kwamen er ook marronkinderen in het huis: “Ik had nog nooit kroesharen gekamd!”

Had je als kind dromen over de toekomst?
Na lang nadenken: “Bij mij is er geen droom geweest. Mij is geleerd, dit is je leven. Je komt uit een arm gezin, er zijn geen dromen. We hadden wel televisie! Dus ik zag wel dingen maar alles wat ik daar zag was gewoon onmogelijk. Onze ouders hebben gezegd, dit is niet te halen. Dit is je leven, dit, nu, het plantageleven. Je gaat even naar school, je leert je eigen naam te schrijven and this is it.Verder is er geen geld. Maar, bij mij was het vanaf het begin anders en ik had inderdaad één droom.”

“Het magische wit dat de zusters droegen wanneer ze uit de boot stapten, was voor mij altijd een droom. Was ik maar een dokter”

Wat was die droom?
“Daarvoor moet ik weer terug naar mijn vader. Mijn vader was motorist voor het Ministerie van Volksgezondheid. Dat betekende dat hij doctoren van plantage naar plantage bracht met een boot. Behalve dat hij de dokter bracht, moest hij ook de poliklinieken van de plantages schoonmaken en gereedzetten voor het moment dat de dokter en de patiënten komen. In de schoolvakanties ging ik met hem mee. Ik mocht helpen tabletjes te tellen samen met de zusters en broeders. Daar begon mijn droom. Het magische wit dat de zusters droegen wanneer ze uit de boot stapten, was ik maar een dokter.”

In het kinderhuis had Reefani vier vrienden en met z’n vijven hebben ze gezegd: wij gaan dokter worden. Zijn vader zei toe dat als het zou lukken, hij zijn best zou doen het geld bij elkaar te krijgen en dus zocht Reefani naar mogelijkheden om intern bij een ziekenhuis te verblijven en een opleiding te volgen.

Hoe verliep het selectieproces voor toelating?
“Op die dag ging ik met mijn vier vrienden naar de stad voor de medische keuring. Toen ik aan de beurt was, ging alles goed op een ding na, ik heb een kromme rug. Achteraf bekeken was het een makkelijk excuus om mij af te wijzen omdat er in die tijd een overschot was aan verpleegkundigen. Gelukkig is het drie van de vijf gelukt om wel verpleegkundige te worden maar ik heb gehuild, mijn moeder heeft gehuild en mijn vader was stil. Toen heeft mijn vader gezegd, dit is het. Verder studeren kan niet. Zo is mijn droom uiteen gespat.”

Hoe heb je de draad weer opgepakt?
“Ik ben naar huis gegaan, naar de plantage en daar gebleven. Omdat er voor veel jongeren geen toekomst was weggelegd in de stad, was het op de plantage wel erg gezellig, ik voelde geen gemis. Jaarlijks kwamen er vrienden van mijn vader tijdens Id Ul Fitr, een nationale feestdag van de Javanen. Wanneer zij kwamen, wilden ze mij altijd naar Paramaribo brengen maar mijn vader zei dat ik gewoon thuis moest blijven zolang hij ons tenminste kon voeden met rijst. Toch bleven deze vrienden aandringen. Ik weet niet wat er met mijn vader is gebeurd maar ineens gaf hij toestemming om mij mee te nemen. Onder één voorwaarde: de dag dat ik mijn zoon belt om te zeggen dat hij niet goed behandeld wordt, hebben jij en ik een groot probleem. En zo begon het grote avontuur.”

Ik vraag hoe oud Reefani was toen hij naar de stad kwam en krijg als reactie “nu ga je me pakken”, gevolgd door een lange giechelbui. Maar ik geef niet op en wil tenminste weten of hij tiener of twintiger was.

“Twintiger haha…”

 Kwamen jullie als kind wel eens in de stad?
“Nee. Er was geen geld om naar de stad te gaan. Als we naar de stad gingen, was het altijd in de grote vakantie voor een weekend want mijn oudste zus woonde al in de stad. Zij had inmiddels een beter leven en was al getrouwd. De rest van de anderhalve maand vakantie waren we bij opa en oma, die op een andere plantage woonden. Zowel bij opa en oma van vaders kant als van moeders kant hebben we ook nooit, nooit, nooit anders gekend dan liefde, liefde, liefde.”

 Hoe uitte deze liefde zich naar jullie als kinderen?
“Er was altijd eten en mijn moeder leerde ons delen. Wanneer we ons bord met eten kregen, mochten we nooit klagen dat een ander meer had. Eten was en is heel belangrijk in de Surinaamse cultuur.”

“Op school had ik de geschiedenis van de slaventijd geleerd: blanke mensen, strenge mensen.”

Je kwam als twintiger naar de stad, waar ging je werken?
“Die man had al werk voor mij geregeld in een groot distributiecentrum en daar deed ik voornamelijk administratie maar dat was niets voor mij. Ik ben degene in huis die zoveel kletst en babbelt. Ik kwam in contact met de eigenaar van een grote supermarkt in de stad en daar ging ik werken als winkel chef. In de supermarkt raakte ik bevriend met een vrouw die mij op een dag vroeg of ik niet iets anders wilde doen. Ze zag dat ik goed met mensen om kan gaan en vroeg me om met blanken in een huis te wonen en voor ze te zorgen. Mijn ogen werden zó groot. Als een plantage jongen had ik nog nooit een blanke gezien of als gast in huis gehad. Op school had ik de geschiedenis van de slaventijd geleerd: blanke mensen, strenge mensen dus ik was geschrokken.”

Ben je op haar aanbod ingegaan?
“Nee, nee hoor! Ze ging me uitleggen dat het gewone mensen zijn en elke keer dat ze kwam, heeft ze me gevraagd. Ik heb haar letterlijk een jaar lang laten wachten totdat ik ja heb gezegd. En toen ben ik begonnen met het werk dat ik nu doe, op 2 juli 1996.”

“Op dat moment had ik had ik gehoopt dat de aarde zou splijten, dat ik erin zou vallen en dat de aarde weer dicht zou gaan”

Dat weet je nog heel precies!
“Ja heel precies. Dit is mijn leven, I love it. 2 juli 1996.”

Hoe was dat in het begin voor je?
“De huisbaas heeft gezegd dat de eerste gasten op 17 juli zouden komen. Op de dag dat de eerste gasten aan zouden komen, heb ik die mevrouw opgebeld en gevraagd met mij de gasten te ontvangen. Ze zei dat ze niet kon komen. Ze had de kinderen in huis en moest nog koken. Ik heb haar zo gesmeekt dat ze uiteindelijk is gekomen. Toen de gasten kwamen heeft zij zich voorgesteld en introduceerde mij met: “Dit is Reefani en hij denkt dat jullie hem gaan opeten”. Op dat moment had ik had ik gehoopt dat de aarde zou splijten, dat ik erin zou vallen en dat de aarde weer dicht zou gaan.”

Hoe ben je uiteindelijk vertrouwd geraakt met dit werk?
“Door de positief brutale vragen van Nederlanders ontstaat gemakkelijk een gesprek. Zonder dat ik het me bewust was, gaf ik antwoorden op vragen van de eerste gasten en besefte ik me langzaam dat de angst er niet meer was. Eenmaal ze naar hun werk zijn gegaan, zat ik alleen aan de keukentafel en besefte ik mij dat het toch best wel leuk was! Maar de halve droom moet nog komen.”

Vertel!
“Er is niets anders in het leven waar elk mens naar zoekt en dat is liefde. Niet alleen liefde van een geliefde maar liefde voor je medemens en voor je omgeving. Wanneer je dat ook terugkrijgt kun je een gelukkig en blij persoon zijn. Na een tijdje kwamen er twee studenten uit Delft in het huis en zij brachten zij vrienden mee naar huis die medische studenten bleken te zijn. Ze vroegen of ze hier konden komen wonen maar ik wist nog niets van het verhuren aan kamers voor studenten. Na die twee zijn er alleen maar medische studenten gekomen. Een droom is daarmee toch een beetje uitgekomen. Elke ochtend wanneer we gingen ontbijten, kwamen ze uit hun kamer in hun maagdelijke witte pak met een stethoscoop hangend in hun zak.  Ik ben zelf geen arts geworden maar door de studenten ben ik medische woorden gaan leren en snap ik zo’n beetje waarover ze praten.”

Had je geen last van jaloezie?
“Het was er. In het begin had ik dat wel. Maar ik realiseerde me dat ik daarvoor dingen moest gaan opgeven en ik begon toen net, zoals ik van huis uit had geleerd, om van mensen te houden als mijn passie te maken. Je bent nooit te oud om te studeren maar ik was bang dat ik dit leven zou moeten opgeven. De studenten zijn echt mijn alles. Mijn hobby, mijn passie. Zo erg dat ik ervoor mijn eigen leven opzij zet. Ik kan brieven laten zien van mensen die weg zijn gegaan waar ze ook zeggen dat ik wel van tijd tot tijd mijzelf op de eerste plaats moet zetten.”

Wat maakt het zo moeilijk voor je om jezelf af en toe op de eerste plek te zetten?
“Ik ben bang dat er iets gebeurt met een van de studenten, bang dat er iets fout gaat en dat ik de tijd dan niet terug kan keren. Ik wil er voor hun zijn vanaf dag één tot aan vertrek.”

 Maar het gaat verder dan dat. Reefani heeft mij fotoboeken laten zien van de studenten die in alle jaren de revue gepasseerd zijn. Hij weet nog alle namen, het zijn er honderden zo niet duizenden. Wanneer ze er waren, wat voor stage ze hebben gelopen en van velen ook wat ze tegenwoordig doen.

“Ik had nooit durven dromen dat ik dit werk zou mogen doen en met Nederlanders in een huis zou gaan wonen. Niemand wil het toegeven maar velen hier kijken nog steeds op naar de blanke huid. Familie en vrienden benijden mij. Ze vinden het geweldig om mij te zien met bakra’s (blanken). Ze beseffen niet eens dat jullie ook normale mensen zijn en ook hard werken om geld te verdienen. Ze zien jullie als blanke mensen en dat is geweldig vanuit het Surinaamse oogpunt.”

 Denk je dat het door de geschiedenis komt dat dit nu nog steeds zo is?
“Misschien wel ja. Er is een verschil tussen mensen die vanuit de plantage komen en in arme omstandigheden zijn opgegroeid en mensen die rijk zijn geboren en het normaal vinden om een Nederlander te zien. Voor mij en mijn familie is het werk wat ik nu doe echt geweldig en voor mij is het nog steeds een ervaring om elke dag in twee werelden te leven. Tijdens mijn werk doe en denk ik als een Surinamer. Zodra ik thuiskom voel ik me helemaal gelukkig en stort ik mij in jullie wereld. Ik leer heel veel van jullie en bracht dat ook over naar mijn ouders en familie. Voor hun ging op deze manier ook een hele wereld open.”

 “Ik ga met een gerust hart naar huis omdat ik weet dat mijn kind in goede handen is”

We kunnen wel stellen dat jij heel veel betekent voor de studenten die hier komen. Wat betekenen zij voor jou?
“Ik wil ieder individueel persoon bedanken voor de bijdrage die hij of zij heeft geleverd aan de ontwikkeling van mij als persoon tot wie ik nu ben, hoe ik gevormd ben.”

Hoe heeft het jou gevormd?
“Een ding was altijd belangrijk in mijn leven, al van huis uit. Als je elke dag blij bent en je voelt je tevreden, dan heb je niets meer nodig. De studenten maken mij zo gelukkig. Met al hun gekkigheden, de dingen die ze zeggen en die ze doen. Je zal nooit een Surinamer een themafeest zien geven. Wij willen er altijd goed uitzien maar jullie, je hebt zo’n lichaam maar maakt er geen probleem van om er een dag als een big uit te zien. Jullie kunnen het leven zo’n kleur geven. Het is een leuk cultuurverschil. Ik heb mijn familie aan de ene kant en ik heb de studenten aan de andere kant. Het is uit mijzelf dat ik ze mijn kinderen noem. Toen ik voor het eerst ouders heb ontmoet die hier vakantie hebben gevierd en bij mij zijn komen eten, zeiden ze na afloop: “Ik ga met een gerust hart naar huis omdat ik weet dat mijn kind in goede handen is”. Ik begreep het nog niet want ik was nog even jong als de studenten. Door de jaren heen heb ik meerdere ouders ontmoet en zij bleven dezelfde dingen zeggen. Ik ging me realiseren dat ik een verantwoordelijkheid op mij heb genomen. Ze hebben het mij niet gevraagd maar vanaf dat moment voelde ik mij verplicht en verantwoordelijk. Wanneer nieuwe studenten komen geef ik ze altijd een knuffel. Hiermee wil ik aangeven, je bent zo ver weg van familie en dierbaren maar deze Javaan is er voor jou.”

 “Ik heb geleerd om tevreden te zijn met je zelf, te houden van jezelf”

Het is mij meer dan duidelijk. Dit zijn geen woorden om geliefd gevonden te worden, dit is Reefani. Hij vertelt over de vele stapavondjes in onder andere Havana Lounge. Nu hij ouder wordt, gaat hij tot telleustelling van Surinaamse vrienden niet meer zo vaak mee. Ik vraag hem of hij vindt dat er zoiets bestaat als de schoonheid van het ouder worden.
“Wauw”. Na een lange pauze: “Uit ervaring heb ik geleerd dat ik niet moet vechten tegen de natuur. Laat de natuur zijn werk doen. Ik heb geleerd om tevreden te zijn met je zelf, te houden van jezelf. Als er mogelijkheden zijn, moet je wel ervoor gaan om uit je cirkel te komen. Mijn vader heeft me aangegeven, dit kan ik je bieden, meer niet. Op een gegeven moment kwam ik naar buiten, uit de cirkel van mijn vader. Ik ondersteun nu mijn neefjes en nichtjes zodat ze de kans krijgen om naar school te gaan en ook buiten die cirkel te kijken. Dat geeft voldoening. Tegelijkertijd zie ik een ontwikkeling bij de jeugd… We moesten eens durven vroeger! Ze spelen niet meer met knikkers maar hebben allemaal al vanaf de lagere school een smartphone. Ze gedragen zich anders dan wij vroeger.”

Omdat ik inmiddels een tijd bevriend ben met Reefani, weet ik dat hij zich vroeger ook ‘anders’ gevoeld moet hebben. Reefani valt op mannen. Iets wat in de Nederlandse cultuur langzamerhand geaccepteerd wordt. Hoe is dat in Suriname? Ik ben benieuwd of hij in het liefdevolle gezin hierover openlijk kon praten.

“Nee, ik heb mijzelf moeten ontdekken. Moge mijn moeder en mijn vader in vrede rusten. Ik heb nooit van mijn ouders, zussen en broers iets van tegenwerking gehad.”

Wisten ze het wel?
“Niemand praat er over, niemand zegt wat. Ik heb me tegenover mijn moeder en vader nooit anders gedragen dan ik nu doe. Als ik moest giechelen, deed ik dat even luid als ik nu met jou giechel. Door mijn werk keken ze wel tegen mij op. De laatste jaren van mijn moeder en later mijn vader, gaven ze mij het gevoel alsof de koning thuis komt. Ik wilde dat niet, ik ben gewoon dezelfde Fani.”

Heb je het idee dat er nog een taboe op homoseksualiteit rust in Suriname?
“Nee, nee er is geen taboe. Ik weet niet of het mij aangeleerd is, maar ik ben altijd deze persoon geweest. Ik ben altijd een open boek. Ik heb nooit gedaan alsof in mijn gedrag. Nooit. Ook in ander werk heb ik mij nooit anders gedragen, dit ben ik.”

Wordt er door mensen wel eens naar gevraagd?
“Door mijn gedrag heb ik mensen nooit de kans gegeven om zich af te vragen of ik gay ben. Ze moeten gewoon direct zien van: duidelijk. Als ik je dan een paar minuten heb gezien en gesproken, dan laat ik altijd het oordeel aan jou over of je morgen nog met mij wil praten of niet. Ik mag niet liegen, soms schreeuwen mensen iets vies op straat, maar echte problemen zoals mensen hier kennen, heb ik niet gehad. Een van mijn vrienden heeft gezegd: “Jij bent degene die mij een andere kijk heeft gegeven op mensen zoals jij”. Je hoeft geen honderd vrienden te hebben om je te maken tot de persoon die je wil zijn, om van gehouden te worden. Aan één vriend of vriendin heb je genoeg.”

“Een van de grootste levenslessen: Liefde, liefde, liefde. Voor jezelf, voor je medemens,voor je omgeving. Voor alles dat ademt”

Als er een belangrijke levensles is, die je andere mensen zou willen meegeven, wat zou dat zijn?
“Ik heb altijd geleerd dat je van jezelf moet houden en respect moet hebben voor anderen. Als iets voor jezelf niet goed is, ga je een ander dat ook niet aan doen. Tenslotte ben jij degene die je degene die beslissingen moet nemen want je doet het niet voor iemand anders. Jij bent degene die gelukkig moet zijn in wie en hoe je wilt zijn en bent. Een van de grootste levenslessen: Liefde, liefde, liefde. Liefde, liefde en nog eens liefde. Voor jezelf, voor je medemens, voor je omgeving. Voor alles dat ademt.”

Gaat jou grote liefde nog voorbij komen?
“Er zijn momenten geweest dat ik het echt graag wilde om samen te zijn met iemand. Mijn grootste angst was altijd, dat ik door mijn gevoelens de studenten kon verliezen. Mijn hobby en passie. En zoals je weet, als je voor iets gaat in een bepaalde fase in je leven, moet je offers brengen. Ik was bang om dit leven op te moeten geven. Misschien kan iemand mij nog weer dat gevoel geven en laten smelten, maar zo is het goed. Als dingen gebeuren, dan gebeuren ze. Alles komt vandaan bij de opvoeding die ik heb gehad. De opvoeding heeft geholpen om mij te vormen tot de persoon die ik ben. Verder ligt het aan jou als kind hoe je met die opvoeding omgaat.”

Reefani klinkt happy en tevreden. Fani, zijn er nog dingen waar je van droomt?

“Neeboi. Als er mogelijkheden zijn voor iets wat je wilt bereiken en je bent een persoon die altijd voor 1000 procent ergens voor gaat, dan weet je dat het haalbaar is. Maar om te dromen en dat het dan uiteindelijk niet lukt, geeft verdriet. Iedereen heeft gevoelens van misgunnen en jaloezie, elk mens heeft dat. Het is maar hoe je daarmee omgaat als mens.”

“Je gaat brokken moeten maken om het leven te leren kennen”

Dus we houden het bij alle liefde?
“Alle liefde ja”, gevolgd door een lach. “En dat is geen leugen. Soms wenste ik dat ik je aan mijn ouders kon voorstellen. Ik zou ze niet willen wisselen, met geen enkele andere ouder. Als ik iets kon zeggen wat misschien…”

We pauzeren even omdat het verdriet en gemis naar boven komt.

“Ik geloof ik een God, maar als je gelooft in een God, zeg je eigenlijk Zijn wil zal altijd geschieden. Soms voel ik me boos en vraag ik me af waarom ik mijn moeder zo vroeg heb moeten verliezen. Waarom Hij haar zo vroeg heeft teruggenomen. 29 november 1998. Lotti, als je mijn moeder echt zou hebben ontmoet. Mijn gunst, wat een eenvoudig mens en wat een mooie vrouw. Mooi van binnen. En alles van haar was giechelen. Ik heb dat van haar, dit ben ik.”

We sluiten af met een brasa. Faan breekt. Tussen de tranen door: “Alleen maar liefde, alleen maar liefde. Niets meer, alleen maar liefde. Ik kan best begrijpen dat het voor mensen echt annoyinglijkt maar dit ben ik. Alles wat ik doe, is omdat ik echt alleen maar het beste wil voor jullie. Je gaat brokken moeten maken om het leven te leren kennen.”

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *